In Amsterdam is het genormaliseerd: muren, deuren, verkeersborden en zelfs monumenten worden systematisch beklad met graffiti en stickers. We lopen erlangs alsof het erbij hoort. Alsof het onvermijdelijk is. Sinds wanneer accepteren we collectieve vernieling als stadsstijl?
Wat vooral schuurt: dit is geen spontane uiting van armoede of nood. Integendeel. Mensen investeren bewust geld om eigendommen van anderen te beschadigen. Ze kopen spuitbussen, verf en stapels stickers. Blijkbaar hebben ze daar geld genoeg voor. Vervolgens mogen bedrijven, ondernemers, bewoners en de overheid opdraaien voor de schoonmaakkosten – én blijven zij achter met het gevoel van totale machteloosheid. Want wie vandaag opruimt, weet zeker dat het morgen weer raak is.

Je ziet het overal in Nederland, maar in het centrum van Amsterdam is het ronduit extreem. In sommige straten staan muren om de paar meter vol. Elk rolluik, elke deur en elke gevel is een doelwit. Stations, tunnels, viaducten en bedrijfsgebouwen worden structureel vernield. De maatschappelijke schade loopt in de tientallen miljoenen euro’s per jaar, mogelijk richting de honderd miljoen. Dat geld verdwijnt letterlijk in het wegpoetsen van andermans “hobby”.
En dan wordt dit soms ook nog verdedigd als kunst. Laten we eerlijk zijn: dat is klinkklare onzin. Nog geen 1 procent heeft ook maar enige artistieke waarde. De rest is slordige tags, lelijke krabbels en schreeuwerige stickers die één boodschap uitzenden: het boeit me niet dat dit niet van mij is.
Een stevig handhavingsbeleid is geen luxe, maar noodzaak. Denk aan een minimale boete van duizend euro, plus volledige vergoeding van alle schoonmaakkosten. Bij schade aan monumenten zou verdubbeling vanzelfsprekend moeten zijn. En nee, het idee van een verplicht gesprek met een psycholoog is niet overdreven: geld uitgeven om moedwillig andermans bezit te vernielen is geen normaal gedrag en zou ook niet zo behandeld moeten worden.

Wat minstens zo onacceptabel is, is dat de gemeente Amsterdam dit structurele probleem niet serieus aanpakt. Wegkijken, relativeren en praten over dat het een kunstuiting is, is onacceptabel. Andermans bezit vernielen mag nooit geaccepteerd worden, zelfs niet als het kunst is!