Hoge brandstofprijzen leveren de overheid honderden miljoenen extra btw op.
De prijs van benzine en diesel is in 2026 sterk gestegen. Automobilisten, transportbedrijven en ondernemers merken dat direct. Minder zichtbaar is dat ook de overheid profiteert. Niet doordat de accijns automatisch stijgt, maar doordat over de volledige brandstofprijs 21 procent btw wordt berekend. Volgens een voorzichtige raming is aan de pomp tot en met augustus ongeveer 550 tot 600 miljoen euro extra btw berekend door de hogere brandstofprijzen.
Accijns is een vast bedrag, btw stijgt automatisch mee
Op benzine en diesel worden accijns en btw geheven. De accijns is een vast bedrag per liter. Als olie duurder wordt, stijgt de accijns niet automatisch mee.
Bij de btw gebeurt dat wel. De btw bedraagt 21 procent en wordt berekend over de verkoopprijs, inclusief de accijns. Automobilisten betalen daardoor feitelijk belasting over belasting.
Wanneer de prijs vóór btw met 10 cent per liter stijgt, wordt de stijging aan de pomp 12,1 cent. Van die stijging gaat 2,1 cent naar de overheid. Bij een stijging van 40 cent loopt de extra btw op tot bijna 7 cent per liter.
Het btw tarief is formeel niet verhoogd. Toch betaalt de automobilist meer belasting. De hogere brandstofprijs vergroot namelijk automatisch het bedrag waarover btw wordt geheven.
Benzine en diesel zijn fors duurder geworden
Uit cijfers van het CBS blijkt dat een liter Euro 95 in de eerste acht maanden van 2025 gemiddeld ongeveer 1,91 euro kostte. In dezelfde periode van 2026 was dat ongeveer 2,24 euro. Dat is een stijging van ruim 32 cent per liter.
Diesel steeg nog sterker. De gemiddelde prijs ging van ongeveer 1,68 euro naar 2,16 euro per liter. Dat is bijna 49 cent meer.
Van de prijsstijging bij benzine bestaat ongeveer 5,6 cent per liter uit extra btw. Bij diesel gaat het om ongeveer 8,4 cent per liter. Dat geld komt boven op de accijns en de btw die de overheid al ontving.
Hoeveel extra btw ontvangt de schatkist?
De overheid publiceert geen aparte teller waarop zichtbaar is hoeveel extra btw door de hogere brandstofprijzen wordt ontvangen. Wel kan op basis van de CBS prijzen en de gebruikelijke jaarlijkse verkoop van benzine en diesel een raming worden gemaakt.
Nederland verbruikt jaarlijks miljarden liters benzine en diesel. Wanneer de gemiddelde prijsstijging per maand wordt vermenigvuldigd met het geschatte aantal verkochte liters, komt de extra bruto btw over januari tot en met augustus 2026 uit op ongeveer 550 tot 600 miljoen euro.
Dat is de extra btw die aan de pomp in rekening is gebracht ten opzichte van dezelfde maanden in 2025. Niet het volledige bedrag blijft uiteindelijk in de schatkist. Ondernemers kunnen een deel van de btw terugvragen. Ook kunnen mensen door de hoge prijzen minder gaan rijden of in het buitenland tanken.
Na correctie voor teruggevraagde btw en een mogelijk lager verbruik ligt de netto meevaller voor de schatkist vermoedelijk tussen de 250 en 400 miljoen euro. Dit is een schatting en geen officieel vastgesteld bedrag. De orde van grootte is echter duidelijk: de hoge brandstofprijzen hebben de overheid inmiddels waarschijnlijk honderden miljoenen euro’s extra opgeleverd.
Blijven de prijzen de rest van het jaar op dit niveau, dan kan de bruto extra btw aan de pomp over heel 2026 richting 850 miljoen euro gaan.
De overheid hoort niet aan een crisis te verdienen
De stijgende brandstofprijzen worden veroorzaakt door internationale ontwikkelingen, schaarste en onrust op de energiemarkt. Automobilisten hebben daar geen invloed op. Toch betalen zij niet alleen de hogere marktprijs, maar ook automatisch meer belasting. Dat is niet redelijk. De overheid loopt door de prijsstijging geen extra risico en levert geen extra dienst. Toch groeit de belastingopbrengst bij iedere cent waarmee benzine en diesel duurder worden. Daarnaast zijn de brandstofprijzen in België en Duitsland veel goedkoper.
Voor veel Nederlanders is de auto geen luxeproduct. Zij hebben hem nodig voor hun werk, mantelzorg of dagelijkse boodschappen. Buiten de grote steden is het openbaar vervoer lang niet altijd een bruikbaar alternatief. Ook hogere transportkosten worden uiteindelijk verwerkt in de prijzen van voedsel, bouwmaterialen en andere producten.
Stel de btw opbrengst per liter jaarlijks vast
Het kabinet zou jaarlijks een referentieprijs voor benzine en diesel kunnen vaststellen. De btw opbrengst per liter wordt vervolgens berekend op basis van die prijs. Stijgt de brandstofprijs gedurende het jaar sterk, dan hoort de overheid het extra btw bedrag terug te geven. Een letterlijk vast btw bedrag per liter past waarschijnlijk niet binnen de huidige Europese btw regels. De praktisch uitvoerbare oplossing is daarom een automatische korting op de accijns. Die korting wordt even groot als de extra btw die door de prijsstijging ontstaat.
De berekening kan ieder kwartaal worden aangepast. Daalt de brandstofprijs weer tot onder de referentieprijs, dan vervalt de korting. Zo ontstaat geen permanente subsidie, maar een tijdelijke correctie op de automatische belastingmeevaller.
Een voorbeeld: wanneer de benzineprijs door marktontwikkelingen 30 cent stijgt, neemt de btw met ongeveer 5,2 cent per liter toe. De accijns wordt dan tijdelijk met hetzelfde bedrag verlaagd. De schatkist ontvangt nog steeds de btw die bij de vastgestelde referentieprijs hoorde, maar verdient niet extra aan de crisis.
Minister Herbert en het kabinet moeten handelen
Minister van Economische Zaken en Klimaat Heleen Herbert van het CDA gaat niet rechtstreeks over de accijns en de btw. Dat is vooral een verantwoordelijkheid van het ministerie van Financiën. Zij is echter wel verantwoordelijk voor het economische beleid en het vestigingsklimaat. Hoge brandstofprijzen raken huishoudens, ondernemers en de concurrentiepositie van Nederland.
Het kabinet moet daarom niet wachten tot de volgende begroting. Het kan nu al besluiten dat extra btw inkomsten door uitzonderlijk hoge brandstofprijzen tijdelijk worden teruggegeven via de accijns.
Klimaatbeleid mag worden gevoerd, maar dan moet dat openlijk gebeuren met tarieven waarover de politiek bewust beslist. Een internationale prijsstijging mag geen stille belastingverhoging worden.
De kern is eenvoudig: als brandstof buiten de invloed van automobilisten sterk duurder wordt, hoort de overheid daar niet automatisch honderden miljoenen euro’s extra aan te verdienen.
Bronnen
https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/81567NED
https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/84991NED
https://www.douane.nl/onderwerpen/accijns-en-verbruiksbelasting/accijnsgoederen-en-bijzonderheden
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32006L0112
https://www.rijksoverheid.nl/regering/bewindspersonen/heleen-herbert