Moeten homoseksuele mannen en lesbische vrouwen automatisch onder de verzamelterm LHBTQ en queer worden geplaatst? Het draagvlak voor die steeds langere afkortingenreeks is nauwelijks onderzocht.
Wat begon als een emancipatiebeweging voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen, is uitgegroeid tot een steeds langere reeks letters. LHBT, LHBTQ, LHBTIQA+ en wat er in de toekomst nog bij komt. Maar wie heeft bepaald dat al deze mensen één gemeenschap vormen? En waaruit blijkt dat homoseksuelen zich in die aanduiding herkennen?
Van homo emancipatie naar een alfabet
De Nederlandse homo emancipatie heeft een lange geschiedenis. Het COC werd in 1946 opgericht, toen homoseksualiteit maatschappelijk nauwelijks werd geaccepteerd. De strijd draaide om gelijke rechten, erkenning en de vrijheid om openlijk homoseksueel te kunnen zijn.
In de jaren tachtig ontstond internationaal de afkorting LGB, voor lesbian, gay en bisexual. In Nederland werd dat LHB. Vervolgens kwamen de T, I, Q, A en uiteindelijk het plusje erbij. De oorspronkelijke aanduiding voor seksuele oriëntaties groeide daarmee uit tot een verzamelnaam voor uiteenlopende identiteiten en lichamelijke kenmerken.
Maar homoseksualiteit gaat over seksuele oriëntatie, transgender over genderidentiteit en intersekse over aangeboren variaties in geslachtskenmerken. Dat zijn verschillende begrippen die elkaar kunnen overlappen, maar niet automatisch één gemeenschap vormen. Samenwerking tegen discriminatie is prima. Daarvoor hoeven mensen niet allemaal onder dezelfde identiteit te worden geplaatst.
Waar is het draagvlak voor al die letters?
Movisie, een landelijk kennisinstituut dat overheden en maatschappelijke organisaties adviseert over sociale vraagstukken zoals discriminatie, armoede en uitsluiting, kiest bewust voor de term lhbtiqa+. Het instituut werkt zonder winstoogmerk en ontvangt onder meer subsidie van de rijksoverheid. Volgens Movisie is de afkorting breed, inclusief en herkenbaar.
Maar voor wie is die term herkenbaar? Waar is het representatieve onderzoek waaruit blijkt dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen behoefte hebben aan deze uitgebreide aanduiding? Hoeveel identificeren zich daadwerkelijk als LHBTQIA+ en hoeveel willen gewoon homoseksueel of lesbisch worden genoemd? Een representatief Nederlands onderzoek dat deze vragen rechtstreeks beantwoordt, ontbreekt vooralsnog.
In 2015 vroeg het Genootschap Onze Taal zijn lezers of LHBT moest worden uitgebreid tot LHBTQIA. Van de 598 deelnemers was 84 procent tegen. Zij vonden de afkorting onder meer onhandig, inhoudelijk inconsistent of overbodig. Het was geen representatieve peiling onder homoseksuelen, maar de weerstand tegen de letteruitbreiding is dus bepaald niet nieuw.
Kennelijk zijn overheden en belangenorganisaties ervan overtuigd geraakt dat meer letters automatisch meer inclusiviteit betekenen. Maar zonder aantoonbaar draagvlak kan diezelfde uitbreiding juist vervreemding veroorzaken.
Ook dat woord queer kan de deur uit
Dan is er nog het woord queer. Oorspronkelijk een Engels scheldwoord, onder meer voor homoseksuele mannen, later door sommigen als geuzennaam overgenomen. Inmiddels wordt het gebruikt als persoonlijke identiteit, verzamelnaam en soms als maatschappelijke positionering. Wie zichzelf queer wil noemen, heeft daar alle vrijheid toe. Maar waarom zou een homoseksuele man automatisch queer zijn? Zelfs Movisie erkent dat niet iedereen zich in het woord herkent en dat het niet zomaar als label voor anderen moet worden gebruikt.
Dat zou ook het uitgangspunt van overheden, media en belangenorganisaties moeten zijn. Noem mensen wat ze zijn, in plaats van hun ongevraagd een verzamelidentiteit toe te kennen.
Geef de homo emancipatie haar eigen gezicht terug
Ondertussen laten recente Nederlandse onderzoeken zien dat de acceptatie van homoseksualiteit onder scholieren aanzienlijk is afgenomen. Juist nu zou de aandacht moeten uitgaan naar de vrijheid van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen om zonder angst zichzelf te zijn.
Twee mannen moeten hand in hand over straat kunnen lopen. Twee vrouwen moeten elkaar kunnen zoenen zonder uitgescholden te worden. Homoseksuele jongeren moeten zonder angst voor afwijzing kunnen opgroeien.
Het is niet aangetoond dat de uitgebreide afkortingen de afnemende acceptatie veroorzaken. Maar de vraag is gerechtvaardigd of de oorspronkelijke homo emancipatie voldoende herkenbaar blijft wanneer steeds meer uiteenlopende onderwerpen onder dezelfde noemer worden gebracht. Laten we eerlijk zijn, er wordt over ‘letterbak’ lachend gedaan.
Stop daarom met LHBTQIA+ als automatische verzamelnaam en met queer als ongevraagd etiket. Gaat het over homoseksuele mannen, lesbische vrouwen, transgender personen of intersekse personen? Benoem ze dan afzonderlijk. Samenwerken kan uitstekend zonder iedereen dezelfde identiteit toe te schrijven.
Homoseksueel zijn is een seksuele geaardheid. Geen alfabet, geen politieke identiteit en geen verplicht lidmaatschap van een steeds groter wordende gemeenschap. Gewoon homoseksueel. Zonder verdere poppenkast.
Bronnen:
1. Genootschap Onze Taal, geschiedenis van LHBT en andere afkortingen
https://onzetaal.nl/taalloket/lhbt
2. Onze Taal, enquête over uitbreiding van LHBT naar LHBTQIA, 2015
https://www.dbnl.org/tekst/_taa014201501_01/_taa014201501_01_0240.php
3. Movisie, waarom het instituut kiest voor lhbtiqa+
https://www.movisie.nl/artikel/waarom-movisie-kiest-term-lhbtiqa
4. Movisie, achtergrond en werkzaamheden van het kennisinstituut
https://www.movisie.nl/over-movisie
5. Movisie, 10 vragen en antwoorden over queer
https://www.movisie.nl/artikel/10-vragen-antwoorden-over-queer