Hart voor Amsterdam en de Amsterdammers
Amsterdam mist een Richard de Mos. Niet omdat de hoofdstad een exacte kopie van de Haagse politicus nodig heeft, maar omdat zij een sterke, onafhankelijke lokale partij mist die de belangen van bewoners en ondernemers boven landelijke partijpolitiek en activistische idealen plaatst.
Richard de Mos bedrijft wat hij zelf ombudspolitiek noemt. Hij bezoekt buurten, spreekt bewoners en ondernemers, reageert op meldingen en maakt van alledaagse problemen politieke dossiers. Hoogleraar decentrale overheden Geerten Boogaard noemt deze werkwijze een belangrijke verklaring voor zijn politieke succes.
Bij de Haagse gemeenteraadsverkiezingen van 2026 behaalde Hart voor Den Haag 16 van de 45 zetels en ruim 30 procent van de stemmen. Daarmee werd de partij met grote afstand de grootste van de stad. Dat resultaat ontstond niet door abstracte toekomstvisies, maar door jarenlang zichtbaar aanwezig te zijn. De Mos richt zich op Hagenaars die last hebben van afval, parkeerproblemen, onveiligheid, woningnood of een gemeente die niet luistert. Niet de ideologie, maar de inwoner vormt het vertrekpunt.
Activisme verdringt lokale belangen
In Amsterdam lijkt de volgorde vaak omgekeerd. Politieke partijen en bestuurders beginnen bij een ideologisch doel en zoeken vervolgens naar maatregelen waarmee zij de stad en haar bewoners kunnen veranderen. Dat is zichtbaar bij de inzet voor krimp van Schiphol, minder vliegverkeer, minder zeecruises, het verplaatsen van de Passenger Terminal en de politieke strijd tegen vleesreclame en fossiele reclame. Voor ieder afzonderlijk standpunt bestaan argumenten. Het probleem is de opeenstapeling en de onderliggende bestuurscultuur.
Economische belangen, werkgelegenheid, bereikbaarheid en keuzevrijheid lijken steeds vaker ondergeschikt te worden gemaakt aan de gewenste maatschappelijke verandering. De gemeente beperkt zich niet tot het besturen van de stad, maar probeert ook het gedrag en de opvattingen van Amsterdammers te sturen. Ze willen zelfs bepalen wat er op je bord ligt..
Ook internationale conflicten dringen diep door in de Amsterdamse gemeentepolitiek. Het conflict tussen Israël en de Palestijnen verdient betrokkenheid en menselijkheid. Er moet vrede en veiligheid komen voor zowel Palestijnen als Israëli’s. Het Amsterdamse stadsbestuur kan die vrede echter niet afdwingen. De gemeenteraad zou daarom terughoudend moeten zijn met symbolische buitenlandse politiek die tegenstellingen binnen Amsterdam verder kan verscherpen. De kerntaken van het stadsbestuur liggen dichterbij: betaalbare woningen, veiligheid, bereikbaarheid, afvalinzameling, handhaving en betrouwbare dienstverlening.
Ook de benoeming van Halsema droeg een politieke boodschap
Ook de benoeming van Femke Halsema tot burgemeester paste in deze progressieve bestuurscultuur. In 2018 leefde binnen een deel van de gemeenteraad nadrukkelijk de wens dat Amsterdam voor het eerst een vrouwelijke burgemeester zou krijgen. Die voorkeur stond niet formeel in de profielschets, maar speelde politiek wel een rol. Halsema werd niet alleen de eerste vrouwelijke burgemeester van Amsterdam, maar ook de eerste burgemeester van GroenLinks. Zij was eerder Tweede Kamerlid, fractievoorzitter en politiek leider van die partij.
De historische betekenis van een eerste vrouwelijke burgemeester staat niet ter discussie. Maar geslacht en politieke symboliek behoren nooit belangrijker te zijn dan de vraag welke kandidaat het best in staat is alle Amsterdammers te vertegenwoordigen en te verbinden.
Over de positie en het functioneren van Halsema bestaat sinds haar aantreden discussie. Haar uitgesproken politieke verleden en herkenbare progressieve profiel maken het voor een deel van de bevolking moeilijk om haar als een werkelijk onafhankelijke burgemeester te zien.
Een burgemeester moet boven de partijen staan en vertrouwen wekken bij mensen die politiek totaal verschillend denken. Halsema sprak bij haar aantreden de ambitie uit burgemeester van alle Amsterdammers te zijn. Toch heeft zij het beeld van een verbindende burgermoeder nooit volledig kunnen vestigen. Daarvoor blijft haar publieke profiel te sterk verbonden met GroenLinks en met de progressieve bestuurscultuur van de hoofdstad.
Amsterdam heeft een burgemeester nodig die niet voornamelijk door één politiek kamp wordt omarmd, maar ook vertrouwen geniet onder andersdenkende bewoners, ondernemers en Amsterdammers die zich niet herkennen in het activistische karakter van het gemeentebestuur.
Amsterdam als tussenstation naar Den Haag
Een ander probleem is de sterke koppeling tussen de Amsterdamse gemeentepolitiek en landelijke partijen. Voor raadsleden en wethouders kan Amsterdam gemakkelijk een tussenstation worden op weg naar de Tweede Kamer, een ministerie of het landelijke partijbestuur. Dat veroorzaakt politieke afhankelijkheid. Wie later in Den Haag carrière wil maken, moet rekening houden met de landelijke partijleiding. Een Amsterdamse politicus kan niet voortdurend tegen de eigen partijtop ingaan en tegelijkertijd verwachten later een hoge plaats op een landelijke kandidatenlijst te krijgen.
Daardoor ontstaat het risico dat raadsleden en wethouders eerder loyaal zijn aan de landelijke partijlijn dan aan Amsterdam. Zij moeten binnen de politieke koers blijven, terwijl een werkelijk lokale volksvertegenwoordiger juist stevig tegen Den Haag moet durven optreden wanneer Amsterdamse belangen worden geschaad. Dat is niet goed voor de Amsterdamse politiek en evenmin voor de Amsterdammers. Een gemeenteraad hoort geen opleidingsinstituut voor landelijke politici te zijn. Een wethouderschap is geen stageplaats voor een toekomstige minister of staatssecretaris. Het zijn functies waarin Amsterdam altijd op de eerste plaats moet staan.
Een politieke monocultuur
Amsterdam kiest uiteraard zelf voor zijn bestuur. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 werden GroenLinks, D66 en de PvdA opnieuw de grootste politieke machtsblokken. Het college wordt inmiddels gevormd door PRO Amsterdam en D66. De impact van de studenten die tijdelijk in Amsterdam wonen op die verkiezingsuitslag is groot, misschien wel te groot.
De vele universiteiten en hogescholen beïnvloeden onvermijdelijk de samenstelling en politieke cultuur van de stad. Amsterdam kent een relatief jonge en hoogopgeleide bevolking. Dat levert kennis, energie en vernieuwing op, maar kan eveneens een politiek klimaat versterken waarin idealisme en activisme zwaar wegen.
Dat is democratisch legitiem, maar het mag niet betekenen dat ouderen, ondernemers, middengroepen en bewoners die vooral een praktisch stadsbestuur verlangen onvoldoende worden gehoord.
De Mos is niet onomstreden
Richard de Mos is geen politicus zonder controverses. In 2024 werd hij in hoger beroep vrijgesproken van omkoping, maar wel veroordeeld wegens het meermaals schenden van zijn ambtsgeheim. Daarvoor kreeg hij een voorwaardelijke geldboete van 2.000 euro. De Mos en het Openbaar Ministerie gingen niet in cassatie, waardoor de uitspraak in 2024 onherroepelijk werd. Ook ombudspolitiek moet binnen duidelijke integriteitsregels worden bedreven.
Zijn verkiezingssucces bevat desondanks een boodschap die Amsterdam niet kan negeren. Mensen willen politici die bereikbaar zijn, hun buurt kennen en zich niet te groot voelen voor kleine problemen. Politiek vertrouwen ontstaat niet door beleidsnota’s of morele campagnes, maar doordat bewoners merken dat iemand luistert en vervolgens handelt.
Tijd voor een sterke Amsterdamse stadspartij
Amsterdam heeft een krachtige onafhankelijke nieuwe stadspartij nodig. Geen plaatselijke afdeling van een landelijke partij en geen actiegroep met één ideologisch doel, maar een brede beweging voor bewoners en ondernemers uit alle stadsdelen. Een partij die de Amsterdammers serieus neem en niet de honderden raadadressen en tienduizenden meldingen gewoon negeert en er geen aandacht aan besteedt. Een partij die knokt voor de Amsterdammers zoals de partij van Richard de Mos dat doet. Die partij heeft echt hart voor Den Haag en dat ontbreekt in Amsterdam. Hart voor Amsterdam en de Amsterdammers, dat heeft onze stad nodig!
Zo’n beweging hoeft niet automatisch links of rechts te zijn. Zij moet vóór Amsterdam zijn. Voor een schone en veilige stad, betaalbare woningen, bereikbaarheid, keuzevrijheid, werkgelegenheid en een gemeente die eerst luistert en daarna beslist. Een stadsbestuur zonder honderden conflicten, een stadsbestuur die luistert naar de bewoners en bewonersorganisaties.
De Haagse verkiezingsuitslag laat zien hoeveel ruimte er bestaat voor een lokale partij die de stad boven ideologie, partijdiscipline en politieke carrières plaatst. Amsterdam heeft voldoende activisten en voldoende politici met Haagse ambities. Wat de hoofdstad mist, is een brede lokale beweging met hart voor Amsterdam en de Amsterdammers!