Amsterdamse souvenirwinkel met alleen badeendjes kan wel degelijk winstgevend zijn
Badeendjes goed verdienmodel
Veel Amsterdammers vragen zich af hoe winkels die vrijwel alleen souvenirs verkopen kunnen blijven bestaan. Zeker winkels vol badeendjes, magneten en andere toeristische gadgets roepen vaak verbazing op. Toch blijkt uit de cijfers dat zulke winkels in Amsterdam Centrum economisch prima levensvatbaar kunnen zijn.
Het draait niet om Amsterdammers
De belangrijkste fout in de discussie is dat mensen kijken naar hun eigen koopgedrag. Amsterdammers kopen nauwelijks souvenirs. Maar dat hoeft ook helemaal niet. De doelgroep bestaat uit miljoenen toeristen die jaarlijks Amsterdam bezoeken. Nederland ontvangt meer dan 20 miljoen buitenlandse bezoekers per jaar. Een deel daarvan komt terecht in het centrum van Amsterdam, waar dagelijks enorme bezoekersstromen langskomen. Juist daar ontstaat het verdienmodel.
De rekensom is verrassend simpel
Neem een kleine souvenirwinkel van 35 vierkante meter in Amsterdam Centrum.
Geschatte maandkosten
| Kostenpost | Bedrag |
|---|---|
| Huur | €3.000 |
| Personeel | €5.850 |
| Overige kosten | €1.000 |
Totale kosten: ongeveer €10.000 per maand. Een toeristisch badeendje kost inkoop ongeveer €1,50 en wordt vaak verkocht voor circa €6,95. De brutowinst per eendje ligt daarmee rond de €5,45. Om quitte te draaien moet zo’n winkel ongeveer:
63 badeendjes per dag verkopen.
Dat klinkt veel, maar bij honderden bezoekers per dag is dat in toeristisch gebied helemaal niet uitzonderlijk.
Hoge marges en impulsaankopen
Souvenirwinkels draaien op:
- hoge bezoekersaantallen
- impulsaankopen
- hoge winstmarges
Veel toeristen kopen bovendien meerdere producten tegelijk. Denk aan:
- sleutelhangers
- mokken
- magneten
- stroopwafels
- T shirts
Daardoor stijgt de gemiddelde besteding snel.
Waarom zoveel souvenirwinkels naast elkaar bestaan
In gewone winkelstraten kan teveel concurrentie problemen geven. In toeristische gebieden gebeurt juist het tegenovergestelde. Toeristen zoeken plekken waar veel souvenirs bij elkaar zitten. Winkels versterken elkaar daardoor economisch. Dat heet een retailcluster.
De echte discussie gaat niet over winstgevendheid
Economisch zijn souvenirwinkels vaak prima rendabel. De werkelijke discussie gaat over iets anders:
- wil Amsterdam nog meer toerisme?
- hoeveel monocultuur accepteert de stad?
- hoeveel gewone winkels verdwijnen hierdoor?
Maar financieel gezien is de conclusie duidelijk: zelfs een winkel die grotendeels badeendjes verkoopt kan in Amsterdam Centrum gewoon winstgevend zijn.